Toolkaart, wat er gecontroleerd is
Vastgoedtransacties in Frankrijk
Per bedrag ziet u wanneer het voor het laatst is gecontroleerd en wanneer de volgende controle is.
Naar de toolPeil is ons register van de officiële bedragen, tarieven en grenzen. Elk bedrag wordt bij de officiële bron opgezocht en door een tweede, onafhankelijke controle bevestigd voordat het hier staat. Zo werken wij
Deze kaart hoort bij de stand van Peil van 26 oktober 2026.
De bedragen
Elk bedrag hebben wij naast de officiële bron gelegd. Klik op de bron om die zelf te lezen.
Toon de overige 17 bedragen
Schattingen in deze tool
Voor deze bedragen bestaat geen officieel tarief. De tool rekent met een schatting en toont die apart, dus niet als gecontroleerd bedrag.
schatting Débours, schatting (geen wettelijk bedrag) (Débours, estimation (pas un montant légal))
800 tot 1.500 euro
Waarschijnlijke bandbreedte, geen officieel bedrag: de débours verschillen per dossier (onder meer kadaster, stukken van de gemeente en de hypotheekdienst).
Herziening: 15 apr 2027
Hoe de tool rekent
Aftrekbare verkoopkosten
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 apr 2027
De verkoopprijs is de prijs in de akte. Hij wordt, op bewijsstukken, verminderd met de kosten die de verkoper bij de verkoop heeft gedragen. Dat zijn uitsluitend: de vergoeding aan een tussenpersoon of gevolmachtigde (makelaar), de kosten van wettelijk verplichte certificaten en diagnoses, een uitzettingsvergoeding aan een huurder om leeg te verkopen, het honorarium van een architect voor studies voor een bouwvergunning, en de kosten van de doorhaling van een hypotheek. Andere kosten, zoals een landmeter of een boete voor vervroegde aflossing, vallen niet onder deze lijst. Komt de makelaarscourtage volgens de opdracht ten laste van de koper, dan zit zij niet in de prijs van de verkoper en is er niets af te trekken.
art. 150 VA I en III CGI (LEGIARTI000006302812), gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026); art. 41 duovicies H bijlage III CGI zoals weergegeven in BOFiP BOI-RFPI-PVI-20-10-10 (versie 02-03-2016) §80 ('Ils s'entendent exclusivement'); BOFiP BOI-ENR-DMTOI-10-10-20-20 (versie 12-09-2012) §30 (courtage ten laste van de koper)
Aankoopkosten in de aanschafwaarde
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 apr 2027
De aankoopprijs wordt verhoogd met de kosten van de verkrijging. Bij een aankoop zijn dat de werkelijke kosten op bewijsstukken (droits de mutation, emolumenten en kosten van de notaris, courtage die de koper volgens de opdracht verschuldigd was) of, naar keuze, een forfait van 7,5 procent van de aankoopprijs. Bij een verkrijging om niet (erven of schenken) is de aankoopprijs de waarde uit de aangifte voor de schenk- of erfbelasting, bestaat het forfait niet en tellen alleen de werkelijk gedragen kosten: akte- en aangiftekosten, de notaris en de betaalde schenk- of erfbelasting voor zover die op het pand betrekking heeft.
Gebruikt:Forfait aankoopkosten bij de meerwaarde
art. 150 VB I en II 2° en 3° CGI (LEGIARTI000053544785, versie sinds 21-02-2026), gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026); BOFiP BOI-RFPI-PVI-20-10-20-20 (versie 20-12-2013) §30 en §70 (forfait van 7,5 procent alleen bij verkrijging onder bezwarende titel, grondslag de prijs in de akte) en §80 (kosten bij verkrijging om niet, uitsluitend werkelijk)
Bezitsduur bij verkoop van onroerend goed
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 apr 2027
De bezitsduur wordt geteld in volle perioden van twaalf maanden, van de datum van verkrijging tot de datum van verkoop. Verkrijging is de datum van de koopakte, bij erven de datum van overlijden en bij schenking de datum van de akte. Het aantal volle jaren bepaalt de aftrek voor bezitsduur (r.fr.pv.abattement_duur). Voor het forfait werkzaamheden telt of het pand meer dan vijf jaar in bezit is: precies vijf jaar is niet genoeg, vijf jaar en een dag wel.
BOFiP BOI-RFPI-PVI-20-20 (versie 18-07-2023) §20 (perioden van twaalf maanden van datum tot datum), §40 (aanvangsdatum per wijze van verkrijging); art. 150 VC I CGI (LEGIARTI000047970756, 'chaque année de détention au-delà de la cinquième') en art. 150 VB II 4° CGI (LEGIARTI000053544785, 'plus de cinq ans après son acquisition'), gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026); BOFiP BOI-RFPI-PVI-20-10-20-20 §390 (zelfde telling voor het forfait)
Werkzaamheden in de aanschafwaarde
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 apr 2027
De aankoopprijs wordt verhoogd met de werkelijke kosten van bouw, verbouw, uitbreiding of verbetering door een bedrijf, op facturen, voor zover niet al bij de inkomstenbelasting afgetrokken. Bij een bebouwd pand dat meer dan vijf jaar in bezit is, mag de verkoper in plaats daarvan een forfait van 15 procent van de aankoopprijs nemen, zonder bewijs van werkzaamheden. Bij bouwgrond bestaat dat forfait niet. Het forfait geldt ook bij een verkrijging om niet; grondslag is dan de aangegeven waarde.
Gebruikt:Forfait verbouwing bij de meerwaarde
art. 150 VB II 4° CGI (LEGIARTI000053544785, versie sinds 21-02-2026), gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026); BOFiP BOI-RFPI-PVI-20-10-20-20 (versie 20-12-2013) §350 (keuze zonder bewijs), §360-370 (alleen bebouwd, niet bij kale grond), §390 (meer dan vijf jaar, telling als bij de aftrek), §400 (grondslag)
Aftrek voor bezitsduur op de meerwaarde
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 apr 2027
De bruto meerwaarde wordt verminderd met een aftrek per vol jaar bezit boven het vijfde. Voor de inkomstenbelasting: 6 procent per jaar van het zesde tot en met het 21e jaar en 4 procent voor het 22e jaar, zodat na 22 jaar volledige vrijstelling volgt. Voor de sociale lasten: 1,65 procent per jaar van het zesde tot en met het 21e jaar, 1,60 procent voor het 22e jaar en 9 procent per jaar daarna, zodat na 30 jaar volledige vrijstelling volgt. De twee percentages geven twee afzonderlijke belastbare bedragen.
Gebruikt:Aftrek inkomstenbelasting per bezitsjaarAftrek prélèvements sociaux per bezitsjaar
art. 150 VC I CGI (LEGIARTI000047970756) en art. L136-7 VI 2 CSS (LEGIARTI000053584839: 1,65 / 1,60 / 9 procent), gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026); BOFiP BOI-RFPI-PVI-20-20 (versie 18-07-2023) §60 en §70
Vrijstelling voor de hoofdverblijfplaats
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 apr 2027
Een woning die op de dag van de verkoop de hoofdverblijfplaats van de verkoper is, is vrijgesteld van de meerwaardeheffing, de sociale lasten en de surtaxe, met de direct bijbehorende aanhorigheden als die tegelijk worden verkocht. Een woning die eerder hoofdverblijf was maar het op de verkoopdag niet meer is, valt er niet onder, behalve bij verkoop binnen een normale termijn (in de regel een jaar) zonder tussentijds gebruik. Bouwgrond is geen hoofdverblijf. Voor wie op de verkoopdag fiscaal buiten Frankrijk woont, geldt deze vrijstelling niet; voor hem bestaan eigen vrijstellingen (art. 244 bis A I 1 en art. 150 U II 2° CGI).
art. 150 U II 1° en 3° CGI (LEGIARTI000053544910, versie sinds 21-02-2026) en art. 244 bis A II 1° CGI (LEGIARTI000048806274: voor niet-ingezetenen gelden alleen 2° tot 9° van 150 U II), gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026); BOFiP BOI-RFPI-PVI-10-40-10 (versie 27-06-2023) §1 (op de dag van de verkoop), §180-190 (normale termijn, in de regel een jaar), §340 (grond verkocht als bouwgrond valt er niet onder); BOFiP BOI-RFPI-PVINR-10-20 (versie 19-04-2019)
Terugname van afschrijvingen bij gemeubileerde verhuur
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 apr 2027
Bij een verkoop vanaf 15 februari 2025 wordt de aanschafwaarde verminderd met de afschrijvingen die tijdens gemeubileerde verhuur onder het reële stelsel zijn afgetrokken, waardoor de meerwaarde stijgt. De ingangsdatum volgt uit art. 84 II van wet 2025-127: de regel geldt voor verkopen vanaf de dag na de afkondiging van 14 februari 2025. Uitgezonderd zijn panden in bepaalde studenten-, jongeren- en seniorenresidenties, zorginstellingen en woonvormen met zorg.
Gebruikt:Terugname afgetrokken afschrijvingen bij gemeubileerde verhuur
art. 150 VB III CGI (LEGIARTI000053544785, versie sinds 21-02-2026) en art. 84 II van wet 2025-127 van 14 februari 2025 (LEGIARTI000051173317: 'cessions réalisées à compter du lendemain de la promulgation'), gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026)
Belastbare meerwaarde bij verkoop van Frans onroerend goed
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 apr 2027
Verkoopprijs min de aftrekbare verkoopkosten (r.fr.pv.verkoopkosten), min de aanschafwaarde, geeft de bruto meerwaarde. De aanschafwaarde is de aankoopprijs (bij verkrijging om niet de waarde uit de aangifte voor de schenk- of erfbelasting) plus de aankoopkosten (r.fr.pv.aankoopkosten) plus de werkelijke kosten van werkzaamheden of het forfait werkzaamheden (r.fr.pv.forfait_werkzaamheden). Bij gemeubileerde verhuur worden de afgetrokken afschrijvingen van de aanschafwaarde afgetrokken (art. 150 VB III CGI, r.fr.pv.terugname_afschrijvingen). Is de bruto meerwaarde nul of negatief, dan is er niets belastbaar. Op een positieve bruto meerwaarde wordt de aftrek voor bezitsduur (r.fr.pv.abattement_duur) toegepast, voor de inkomstenbelasting en voor de sociale lasten afzonderlijk, wat twee belastbare bedragen oplevert. De hoofdverblijfplaats is vrijgesteld (r.fr.pv.vrijstelling_hoofdverblijf).
Gebruikt:Forfait aankoopkosten bij de meerwaardeForfait verbouwing bij de meerwaardeAftrek inkomstenbelasting per bezitsjaarAftrek prélèvements sociaux per bezitsjaarTerugname afgetrokken afschrijvingen bij gemeubileerde verhuur
art. 150 VA CGI (LEGIARTI000006302812, sinds 31-12-2003), art. 150 VB CGI (LEGIARTI000053544785, versie sinds 21-02-2026: I prijs, II 2° tot 4° kosten en forfaits, III terugname afschrijvingen) en art. 150 VC I CGI (LEGIARTI000047970756), gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026); BOFiP BOI-RFPI-PVI-20-10-20-20 (versie 20-12-2013) §30, §80, §100, §350-400; BOFiP BOI-RFPI-PVI-20-20 (versie 18-07-2023) §10, §60, §70; service-public.gouv.fr F10864 (vérifié le 15-04-2026)
De uitkomst is de grondslag voor stap 9 en stap 10.
Heffing over de belastbare meerwaarde
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 dec 2026
Over de voor de inkomstenbelasting belastbare meerwaarde wordt het vaste tarief van 19 procent geheven (art. 200 B CGI; voor niet-ingezeten natuurlijke personen art. 244 bis A III bis CGI, ook 19 procent). Over de voor de sociale lasten belastbare meerwaarde worden de prélèvements sociaux geheven: CSG, CRDS 0,5 procent en prélèvement de solidarité 7,5 procent (art. 235 ter CGI). Voor wie in Frankrijk woont, is de CSG op deze meerwaarde 9,2 procent (art. L136-8 IV 2° CSS, dat de meerwaarden van art. L136-7 I 2° CSS noemt), samen 17,2 procent. De meerwaarde van een niet-ingezetene valt onder art. L136-7 I bis CSS. Art. L136-8 IV 2° noemt die categorie niet, zodat de wettekst voor niet-ingezetenen op het algemene CSG-tarief van 10,6 procent uitkomt (art. L136-8 I 2° CSS). De administratie heeft in mei 2026 in het BOSS gepubliceerd dat zij ook voor niet-ingezetenen 9,2 procent toepast; ook voor hen geldt dus in de praktijk 17,2 procent. Wie voor de ziektekosten onder de wetgeving van een ander EER-land of Zwitserland valt die verordening (EG) 883/2004 aanwijst en niet ten laste komt van een Frans verplicht stelsel, is vrijgesteld van CSG en CRDS (art. L136-7 I ter CSS) en betaalt alleen het prélèvement de solidarité van 7,5 procent (arrest De Ruyter). De surtaxe op hoge meerwaarden komt er afzonderlijk bij (r.fr.pv.surtaxe).
Gebruikt:Tarief inkomstenbelasting op de meerwaardePrélèvements sociaux 17,2 procent: huur, meerwaarde vastgoed, assurance-vie en woonsparenPrélèvement de solidarité bij De Ruyter
art. 200 B CGI (LEGIARTI000030061684) en art. 244 bis A III bis CGI (LEGIARTI000048806274), art. L136-7 I 2°, I bis en I ter CSS (LEGIARTI000053584839, versie sinds 21-02-2026) en art. L136-8 I en IV 2° CSS (LEGIARTI000054336623, versie sinds 27-06-2026: CSG 10,6 procent in het algemeen, 9,2 procent voor plus-values immobilières), gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026); art. 235 ter CGI (prélèvement de solidarité 7,5 procent); BOFiP BOI-RFPI-PVINR-20-20 (versie 29-06-2022) §50 en §80; service-public.gouv.fr F2329 (vérifié le 30-06-2026); BOFiP BOI-RFPI-PVINR-20-20 §80 remarque 2 (Britse sociale zekerheid); BOSS, vragen en antwoorden over de verhoging van de CSG op vermogensinkomsten (mei 2026), niet zelf gelezen (boss.gouv.fr niet bereikbaar), weergegeven door Éditions Francis Lefebvre (efl.fr, 'Revenus fonciers et plus-values immobilières des non-résidents : la CSG s'applique au taux de 9,2 %') en notarissites
Surtaxe op hoge meerwaarden
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 apr 2027
De surtaxe geldt als de voor de inkomstenbelasting belastbare meerwaarde (dus na de aftrek voor bezitsduur) per verkoper meer dan 50.000 euro bedraagt. Het tarief van 2, 3, 4, 5 of 6 procent geldt dan over de hele belastbare meerwaarde, vanaf de eerste euro, en niet als schijventarief. Afvlakking is er alleen in de vijf banden van 10.000 euro direct boven 50.000, 100.000, 150.000, 200.000 en 250.000 euro: daar gaat van de heffing af (bovengrens van de band min meerwaarde) maal respectievelijk 1/20, 1/10, 15/100, 20/100 en 25/100. Boven 260.000 euro geldt 6 procent zonder afvlakking. De heffing geldt ook voor niet-ingezetenen (art. 244 bis A) en niet voor bouwgrond. Bij meer verkopers wordt de drempel per verkoper getoetst, op diens aandeel in de belastbare meerwaarde.
Gebruikt:Surtaxe op hoge meerwaarden
art. 1609 nonies G CGI (LEGIARTI000048806252, versie sinds 01-01-2024: I geen heffing bij terrains à bâtir, II grondslag na aftrek, III barema met afvlakking), gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026); BOFiP BOI-RFPI-TPVIE-20 (versie 18-07-2023) §20 (per verkoper), §70 (barema), §75 voorbeeld 1 (103.400 euro geeft 2.442 euro)
Grondslag van de aankoopkosten bij makelaarscourtage
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 apr 2027
Grondslag van de overdrachtsbelasting, de emolumenten en de contribution de sécurité immobilière is de prijs in de akte, vermeerderd met de lasten die de koper voor de verkoper overneemt. Komt de courtage van de makelaar volgens de opdracht ten laste van de koper, ongeacht wie de makelaar opdracht gaf, dan hoort zij niet bij de grondslag. Komt zij ten laste van de verkoper maar betaalt de koper haar, dan is zij een last die de prijs verhoogt en hoort zij wel bij de grondslag.
BOFiP BOI-ENR-DMTOI-10-10-20-20 (versie 12-09-2012) §30 (courtage ten laste van de koper niet in de grondslag) en §40 (courtage ten laste van de verkoper, betaald door de koper, wel); antwoord van de minister op vraag 98694, JO 07-03-2017; art. 881 K CGI (LEGIARTI000022335727: grondslag CSI niet lager dan die van de overdrachtsbelasting)
Emolumenten van de notaris bij een verkoop
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 apr 2027
Het emolument van de notaris voor een koopakte is een percentage van de grondslag, per schijf: 3,870 procent tot 6.500 euro, 1,596 procent van 6.500 tot 17.000 euro, 1,064 procent van 17.000 tot 60.000 euro en 0,799 procent daarboven, exclusief btw. In Guadeloupe wordt het emolument met 23 procent verhoogd, in Martinique met 24 procent, in Guyane met 20 procent en in La Réunion en Mayotte met 36 procent. Deze tarieven gelden tot en met 29 februari 2028. De som van alle emolumenten bij een verkoop mag niet meer zijn dan 10 procent van de waarde, met een ondergrens van 90 euro.
Gebruikt:Emolumenten notaris, trancheschaalOpslag op de emolumenten van de notaris in de overzeese departementen
Code de commerce art. A444-91 (LEGIARTI000041684370, sinds 01-03-2020: de vier schijven), art. A444-53 (LEGIARTI000053603093, sinds 01-03-2026: opslagen overzee en geldigheid tot 29-02-2028) en art. R444-9 (LEGIARTI000034734293: ten hoogste 10 procent, niet minder dan 90 euro), gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026)
Korting op de emolumenten van de notaris
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 apr 2027
De notaris mag een korting geven op het evenredige emolument, maar is daartoe niet verplicht. Geeft hij haar, dan is het percentage vast en voor alle cliënten gelijk. De korting is ten hoogste 20 procent en geldt alleen voor het deel van het emolument dat over de schijven vanaf 100.000 euro wordt berekend. Boven 60.000 euro geldt één schijf van 0,799 procent, zodat de korting ten hoogste 20 procent is van 0,799 procent van het deel van de grondslag boven 100.000 euro. Over het emolument na korting wordt de btw berekend.
Gebruikt:Korting op de emolumenten (vrijwillig, wettelijk maximum)
Code de commerce art. A444-174 2° (LEGIARTI000041684677, sinds 01-03-2020) en art. L444-2 (LEGIARTI000042779935, sinds 27-12-2020: 'Des remises peuvent être consenties ... fixe, identique pour tous'), gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026)
Btw over de emolumenten van de notaris
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 31 dec 2026
Over de emolumenten van de notaris, na een eventuele korting, wordt btw berekend tegen het normale tarief: 20 procent in Europees Frankrijk en Corsica, 8,5 procent in Guadeloupe, Martinique en La Réunion. In Guyane en Mayotte is de btw voorlopig niet van toepassing. Over de overdrachtsbelasting, de contribution de sécurité immobilière en de débours wordt geen btw berekend.
Gebruikt:Btw-tarief Frankrijk, algemeenBtw-tarief in de overzeese departementen
art. 278 CGI (LEGIARTI000026950057: 20 procent), art. 294 1 CGI (LEGIARTI000027978194: niet van toepassing in Guyane en Mayotte) en art. 296 1° b CGI (LEGIARTI000028419532: 8,50 procent in Guadeloupe, Martinique en La Réunion), alle drie in de versie sinds 01-01-2014 en gemarkeerd als vervallend per 01-01-2027 (overgang naar een nieuwe codificatie), gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026)
Departementaal tarief van de overdrachtsbelasting
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 apr 2027
Het departementale deel van de overdrachtsbelasting komt toe aan het departement waar het pand ligt. Het tarief is 3,80 procent, door het departement vast te stellen tussen 1,20 en 4,50 procent. Voor akten van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2028 mag het departement naar ten hoogste 5 procent gaan. Die verhoging geldt niet voor een koper die in de twee jaar voor de aankoop geen eigenaar van zijn hoofdverblijf was en het pand als hoofdverblijf gaat bewonen; voor een koper uit het buitenland telt daarbij alleen eigendom in Frankrijk. Die koper betaalt het tarief zonder de verhoging. Het tarief per departement staat in de tabel die de DGFiP maandelijks publiceert.
Gebruikt:Departementaal DMTO-tarief, standaardDepartementaal DMTO-tarief, primo-accédant
art. 1594 A en 1594 D CGI (LEGIARTI000006312191 en LEGIARTI000030024636) en art. 116 II A en B van wet 2025-127 (LEGIARTI000051173383: tot 5 procent van 01-04-2025 tot en met 31-03-2028, niet bij 'première propriété au sens du I de l'article L. 31-10-3' CCH als hoofdverblijf), gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026); BOFiP BOI-ENR-DMTOI-10-20 (versie 17-06-2026) §106-108 (twee jaar geen eigenaar van het hoofdverblijf; voor buitenlandse ingezetenen alleen eigendom in Frankrijk; acht maanden bewoning); DGFiP-tabel dmto_2026-06.pdf
Overdrachtsbelasting bij bestaande bouw
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 apr 2027
De overdrachtsbelasting bij bestaande bouw is de som van drie heffingen over dezelfde grondslag: het departementale deel (r.fr.dmto.departementaal_tarief), de taxe communale van 1,20 procent (ten bate van de gemeente of, in kleine gemeenten, van een departementaal fonds), en de frais d'assiette et de recouvrement van 2,37 procent over het bedrag van het departementale deel. Elke heffing wordt afzonderlijk afgerond op hele euro's, 0,50 naar boven. Bij een tarief van 5,00 procent is het totaal 6,3185 procent van de grondslag.
Gebruikt:Taxe communale bij overdrachtFrais d'assiette over het départementale deel
art. 1584 en 1595 bis CGI (LEGIARTI000044073354 en LEGIARTI000037100546: 1,20 procent), art. 1647 V a CGI (LEGIARTI000054373998, versie sinds 01-07-2026: 2,37 procent over het departementale deel van 1594 A) en art. 1724 CGI (LEGIARTI000006312863: afronding per belasting), gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026); BOFiP BOI-ENR-DG-30 §100
Taxe de publicité foncière bij nieuwbouw onder btw
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 apr 2027
Bij de aankoop van nieuwbouw onder btw, zoals een vente en l'état futur d'achèvement, geldt in plaats van de gewone overdrachtsbelasting een taxe de publicité foncière van 0,70 procent, met daarbovenop frais d'assiette van 2,14 procent van dat bedrag; de taxe communale wordt dan niet geheven. Samen is dat 0,715 procent van de prijs. De verhoging naar 5 procent en de voorwaarden voor kopers van een eerste woning spelen hier niet.
Gebruikt:Taxe de publicité foncière bij VEFA
art. 1594 F quinquies CGI (LEGIARTI000048864675, versie sinds 01-07-2024; nieuwe versie per 01-01-2027 klaar), art. 1647 V b CGI (LEGIARTI000054373998: 2,14 procent) en art. 1584 1° CGI (geen taxe communale bij 0,70 procent), gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026); BOFiP BOI-ENR-DMTOI-10-20 (versie 17-06-2026) §106 remarque (primo-voorwaarde los van de 0,70 procent)
Contribution de sécurité immobilière
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 26 okt 2026 · volgende controle 15 apr 2027
Voor de inschrijving van de akte bij de dienst voor de publicité foncière is een contribution de sécurité immobilière verschuldigd van 0,10 procent van de prijs of waarde in de akte, met een minimum van 15 euro per akte. De grondslag is niet lager dan die van de overdrachtsbelasting.
Gebruikt:Contribution de sécurité immobilière, tarief en minimum
art. 879 CGI (LEGIARTI000022335681), art. 881 K CGI (LEGIARTI000022335727: 0,10 procent) en art. 881 M b CGI (LEGIARTI000022335723: minimaal 15 euro per akte), versies sinds 01-01-2013, beide gemarkeerd als vervangen per 01-01-2029 door een tekst met dezelfde bedragen, gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026)
Totale transactiekosten bij aankoop van bestaande bouw
gecontroleerd
Laatst gecontroleerd 25 okt 2026 · volgende controle 31 dec 2026
De som van de emolumenten van de notaris volgens de schaal van art. A444-91 Code de commerce (r.fr.notaris.emolumenten), eventueel verminderd met een korting (r.fr.notaris.remise), met btw (r.fr.tva.emolumenten); bij bestaande bouw de droits de mutation, bestaande uit het departementale deel (r.fr.dmto.departementaal_tarief), de frais d'assiette over het departementale deel en de taxe communale (r.fr.dmto.droits_mutation), bij nieuwbouw onder btw de taxe de publicité foncière (r.fr.vefa.tpf); de contribution de sécurité immobilière (r.fr.csi.bedrag); en de débours en formaliteiten, die geen wettelijk tarief hebben en per dossier verschillen. Alle heffingen worden berekend over de prijs in de akte, zonder een makelaarscourtage die volgens de opdracht ten laste van de koper komt (r.fr.dmto.grondslag). De korting is facultatief (art. L444-2 Code de commerce): geeft de notaris haar, dan met een vast percentage dat voor alle cliënten gelijk is. Ze bedraagt ten hoogste 20 procent op het deel van de emolumenten dat over de schijven vanaf 100.000 euro wordt berekend (art. A444-174, 2°). Zonder opgave van de notaris wordt zonder korting gerekend.
Gebruikt:Emolumenten notaris, trancheschaalKorting op de emolumenten (vrijwillig, wettelijk maximum)Departementaal DMTO-tarief, standaardDepartementaal DMTO-tarief, primo-accédantTaxe communale bij overdrachtFrais d'assiette over het départementale deelContribution de sécurité immobilière, tarief en minimumBtw-tarief Frankrijk, algemeen
Code de commerce art. A444-91 (LEGIARTI000041684370, in vigueur sinds 01-03-2020: 3,870 / 1,596 / 1,064 / 0,799 procent), art. A444-174 2° (LEGIARTI000041684677, in vigueur sinds 01-03-2020: remise ten hoogste 20 procent op de schijven vanaf 100.000 euro) en art. L444-2 (LEGIARTI000042779935, in vigueur sinds 27-12-2020: remise facultatief, vast en gelijk voor iedereen); stand DILA LEGI, wijzigingsbestanden tot en met 24-10-2026. Overige bestanddelen: economie.gouv.fr, Achat d'un bien immobilier: quels frais de notaire devez-vous payer?, bijgewerkt 06-06-2025; art. 1584, 1594 D, 1647 en 879 CGI (parameters in het register); bouwer 26-10-2026 aanvullend gelezen in DILA LEGI open data (Freemium 13-07-2025 plus dagelijkse wijzigingsbestanden tot en met 25-10-2026): art. A444-53 Code de commerce (LEGIARTI000053603093, sinds 01-03-2026: tarieven tot en met 29-02-2028, opslagen in de overzeese departementen), art. 1594 A, 1594 D, 1584, 1595 bis, 1647 V, 879, 881 K, 881 M en 1724 CGI en art. 116 van wet 2025-127